Oorsprong & maken van port

De geschiedenis van port.
Sinds de dagen van het Romeinse Rijk wordt er wordt al wijn gemaakt in de Douro regio. In 1638 stichtte Christiano Kopke, een Duitse ambassadeur, het eerst porthuis in Porto. Dit porthuis bestaat vandaag de dag nog steeds. In de tweede helft van de 17e eeuw, gebeurde er iets wat voor altijd de populariteit van port wijnen zou veranderen en ze laten uitgroeien tot de meest gerespecteerde en gewilde wijnen in de hele wereld.

De Britten hebben door de geschiedenis heen altijd een zeer goede relatie met Portugal gehad. De Britten stichtten een kolonie van handelaren, niet ver buiten Porto. Tijdens schermutselingen met Frankrijk tegen het einde van de 17de eeuw werden er voor de Britten en Nederlanders zeer hoge tarieven gerekend voor de destijds zeer gewaardeerde wijnen uit Frankrijk. In 1703 werd een verdrag aangenomen (Verdrag van Methuen) waardoor er tussen Portugal en Engeland een speciale handelsovereenkomst ontstond. Hierdoor werd het mogelijk om met verlaagde tarieven Portugese wijn te kopen of te ruilen voor de Britse textiel. Deze Britse textiel werd op grote schaal verkocht op de Portugese markt. De productie van wijn in de Douro, welke rijker en smaakvoller is dan andere Portugese wijnen, nam enorm toe.

De  wijn uit Portugal haalde niet altijd de overtocht naar Engeland, omdat hij onderweg zuur werd. Daarom zocht men naar een oplossing. En die was dat aan het einde van het fermantatieproces Brandewijn wordt toegevoegd zodat de port lang goed bleef. Hierdoor kon de portwijn de overtocht halen.

Warre’s  vestigde in 1670 zich als eerste van de Britse port handelaren in Portugal. Het bedrijf is sindsdien altijd in handen gebeleven van familieleden. Warre is het enige porthuis dat dit kan zeggen. In de decennia hierna vestigden zich veel meer Britse porthuizen, zoals: Taylor, Fladgate & Yeatman, Sandeman, Croft, Quarles Harris en Silva & Cosens (nu bekend als Dow) die allemaal nog steeds in port handelen. Door de jaren heen heeft port een zeer belangrijk plaats in het dagelijks leven van Portugal ingenomen en is het één van de meest productieve sectoren met veel werkgelegenheid. Om dit in perspectief te plaatsen is het goed om te beseffen dat ongeveer 1/5 deel van de Portugese export port gerelateerd is.

Port zoals wij dat nu kennen wordt pas gemaakt sinds ca. 1820. Tot die tijd werden verschillende productie methoden en “toevoegingen” gebruikt. Hierdoor waren de wijnen niet consistent en leken ze niet op de port zoals wij die nu kennen.


Hoe wordt port gemaakt?
Nadat de druiven geplukt zijn, worden ze geplet in stenen bakken of stalen tanks. De geplette druiven laat men 1 tot 4 dagen liggen waardoor er een fermentatieproces op gang komt. Port wordt gemaakt van druiven die, net als bij alle andere wijnen, worden gefermenteerd. Tijdens het fermentatie proces wordt er neutrale sterke drank die gemaakt gemaakt wordt van druivenschillen, een soort brandy genaamd Aguardente, toegevoegd. Aguardente heeft een alcoholpercentage van 78%. Hierdoor stopt het fermentatieproces, waardoor er veel restsuiker in de port achterblijft en de zeer bekende zoete smaak ontstaat. Door toevoeging van de Aguardente heeft Port een alcoholpercentage van tussen de 19% en 21%.
Na dit proces wordt de jonge portwijn verplaatst naar nieuwe stalen tanks of houten vaten waar ze 2 jaar lang worden gerijpt. Aan het eind van deze rijping wordt er gekeken naar de kwaliteit en besloten tot welk type port de portwijn zal worden verwerkt. Sommige ports worden dan direct gebotteld, andere liggen daarna nog enkele en sommige vele jaren te rijpen in houten vaten in de kelders in Vila Nova da Gaia aan de andere kant van de Douro rivier bij Porto of in de kelders van de prothuizen in de Dourovallei. De opslagduur in de houten vaten hangt af van het soort port dat men wil maken.
stenen bak